Print deze pagina

Jaarverslag 2008 Subcommissie Geodetische Infrastructuur en Referentiesystemen

DEOS Permanent GNSS Array (DPGA)Het IGS-station Kootwijk in 2008.Beeld van een satelliet van het systeem Galileo, Test Bed - Versie 2/B, ESA.

Activiteiten van de Subcommissie

Activiteiten van de Subcommissie Op voorstel van de Subcommissie laat het Dagelijks Bestuur van de NCG een studie uitvoeren naar de geodetische infrastructuur in Nederland. De Nederlandse situatie wordt hierin vergeleken met die in omliggende landen. Ir. J. van der Linde is vanuit het Kadaster gedetacheerd bij de NCG en belast met het onderzoek. Er is een stuurgroep ingesteld bestaande uit dr.ir. H. Quee, dr.ir. F.J.J. Brouwer en prof.mr. J.W.J. Besemer. Tijdens de vergadering van de Subcommissie van 15 april heeft ir. J. van der Linde een toelichting op het onderzoek gegeven. In het kader van dit onderzoek zijn in het binnen- en buitenland vragen uitgezet en aansluitend interviews afgenomen bij leidinggevenden die betrokken zijn bij de geodetische infrastructuur. Een conceptrapport van het onderzoek is op 6 november voor commentaar gestuurd naar de hoofden van het Kadaster, de Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst en het Department of Earth Observation and Space Systems (DEOS) van de TU Delft.

De voorzitter van de Subcommissie heeft schriftelijk commentaar gegeven op het nieuwe beleidsplan van de NCG, in het bijzonder over de beschrijving hierin van de activiteiten van de Subcommissie. Mede op initiatief van de Subcommissie is een promotieonderzoek over het onderwerp 'Mariene geoïde en hoogtereferentiesystemen in de Noordzee' gestart door ir. D.C. Slobbe (TU Delft). Een uitgebreide brief van de heer Boorsma, van Ingenieursbureau Boorsma b.v. in Drachten, betreffende NAP, geoïde en bodembeweging gericht aan de Raad voor Aarde en Klimaat van de KNAW, werd beantwoord.

De Subcommissie is in 2008 driemaal bijeengeweest voor de 59e tot en met de 61e vergadering op respectievelijk 15 april, 9 september en 9 december.


IGS, EPN en AGRS.NL

Het Actief GPS Referentie Systeem voor Nederland (AGRS.NL) is de basis van de geodetische infrastructuur van Nederland. Het AGRS.NL bestaat uit de stations Apeldoorn, Delft, Eijsden, IJmuiden, Kootwijk, Terschelling, Vlissingen en Westerbork. Een systeem voor de automatische processing van de AGRS.NL-data bij de Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst (RWS DID) berekent op basis van de Bernese software dagelijkse coördinaten van de AGRS.NL-stations ten opzichte van omliggende IGS-stations (International GNSS Service; Global Navigation Satellite System). RWS DID en het Kadaster gebruiken het AGRS.NL voor het bepalen van GPS-kernnetpunten en het certificeren van referentiestations van Real Time Kinematic (RTK) netwerken, waaronder het Kadastrale netwerk NETPOS (Netherlands Positioning Service).

Sinds de ondertekening in december 2007 van de 'Overeenkomst inzake het AGRS.NL tussen het Kadaster en het ministerie van V&W' is het voorheen gedeelde eigendom van het AGRS.NL geheel overgegaan naar het Kadaster. Het Kadaster blijft in goed overleg met RWS DID het AGRS.NL exploiteren, waarbij RWS DID de helft van de kosten voor haar rekening neemt.

In juli 2008 werd de 'Samenwerkingsovereenkomst tussen de Technische Universiteit te Delft en de Dienst voor het Kadaster inzake de exploitatie van het Actief GNNS Referentie Systeem in Nederland' overeengekomen, met als uitgangspunten:

- Het Kadaster is primair verantwoordelijk voor de AGRS.NL-stations Apeldoorn, Eijsden, IJmuiden, Terschelling en Vlissingen.
- De TU Delft is primair verantwoordelijk voor de AGRS.NL-stations Kootwijk, Westerbork en Delft, welke ook deel uitmaken van het internationale IGS-netwerk.
- De TU Delft is primair verantwoordelijk voor de archivering van de metingen en het wetenschappelijk datacentrum. De TU Delft is tevens het aanspreekpunt voor IGS en EPN (EUREF Permanent Network; European Reference Frame).

De term AGRS.NL wordt in deze overeenkomst gedefinieerd als het Actief GNNS (voorheen GPS) Referentiesysteem voor Nederland, op dit moment bestaande uit acht stations, tegen vijf daarvoor. Het door de TU Delft beheerde datacentrum voor de Nederlandse AGRS.NL-, EPN- en IGS-stations is te vinden op https://gnss1.lr.tudelft.nl/dpga. Verder worden de data van de IGS-stations Delft en Westerbork ook in realtime verstrekt ten behoeve van het RT-IGS (Real Time IGS) en het EUREF-IP project.

De continuïteit van het IGS-station Kootwijk is in 2008 gewaarborgd door maatregelen die genomen zijn door de TU Delft. Er zijn zonnepanelen geïnstalleerd en de Turbo Rogue ontvanger is vervangen door een Leica1200GRXPRO GPS- en GLONASS-ontvanger (Global Navigation Satellite System). Tevens is er een hekwerk geplaatst om de installatie te beveiligen nu alle gebouwen van het complex Kootwijk zijn gesloopt. In 2009 zal de antenne worden vervangen door één met een lager stroomverbruik, die geschikt is voor alle nieuwe satellietsignalen. Een punt van aandacht is het onderhoud van de antennemast in samenwerking met het Kadaster. Ook de stations Delft en Westerbork zullen worden uitgerust met nieuwe antennes.

De AGRS.NL-stations Delft, Eijsden, Terschelling, Westerbork en Kootwijk maken deel uit van het European Permanent Network (EPN). Westerbork, Kootwijk en Delft maken ook deel uit van de International GNSS Service (IGS).

Het AGRS-station Terschelling is, als laatste van de stations die nu beheerd worden door het Kadaster, realtime met het rekencentrum van het Kadaster in Apeldoorn verbonden en voorzien van een Topcon GPS+GLONASS-ontvanger. De door het Kadaster beheerde AGRS-stations worden zo qua bewaking geïntegreerd met het realtimesysteem voor landmeetkundige toepassingen NETPOS van het Kadaster. NETPOS wordt tijdens kantooruren continu bewaakt.

Voor de berekening van de tijdseries van het AGRS is in 2008 overgegaan op een nieuwe strategie die aansluit bij het besluit van EUREF (zie ook onder Internationale samenwerking). Deze nieuwe strategie wordt gekenmerkt door het gebruik van veertien transformatieparameters tussen ITRF (International Terrestrial Reference Frame) en ETRF (European Terrestrial Reference Frame) in plaats van de tot nu toe gebruikte zeven. De jaargemiddelden van de AGRS-coördinaten over 2008 bleken significant te verschillen van de gepubliceerde coördinaten. Daarom zullen nieuwe coördinaten worden gepubliceerd op www.agrs.nl en de transformatieparameters in RDNAPTRANS, de officiële transformatie tussen RD/NAP (Rijksdriehoeksmeting; Normaal Amsterdams Peil) en ETRS89 (European Terrestrial Reference System 1989), worden aangepast.


RD-infrastructuur en NETPOS

Van de passieve RD-punten (Rijksdriehoeksmeting) van het Kadaster worden alleen nog de GPS-kernnetpunten (Global Positioning System) onderhouden door middel van GPS-metingen en waterpassing door reguliere kadastrale landmeters onder supervisie van de sectie Geometrische Referentie Systemen (GRS, voorheen Rijksdriehoeksmeting). De, voorheen jaarlijkse, waterpassing van deze punten wordt afgestemd met de periodieke waterpassingen (om de 10 jaar, of om de vijf jaar in zakkingsgebieden) van het NAP (Normaal Amsterdams Peil) die deze punten heeft opgenomen als tweedeorde peilmerken. De GPS-kernnetpunten worden nog steeds gebruikt, ondanks de aanwezigheid van vier landelijk dekkende netwerken voor realtime plaatsbepaling in Nederland.

De Netherlands Positioning Service NETPOS is het kadastrale netwerk voor Real Time Kinematic (RTK) satellietplaatsbepaling. Het maakt gebruik van zowel het Amerikaanse GPS als het Russische GLONASS-systeem (Global Navigation Satellite System). Kadastrale metingen met GPS worden uitsluitend met NETPOS uitgevoerd. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat, hierin vertegenwoordigd door RWS DID, heeft een gebruikslicentie voor NETPOS. Het KNMI gebruikt, als onderdeel van V&W, de NETPOS-data voor waterdampschattingen van de atmosfeer. Het totale aantal gebruikers van NETPOS steeg in 2008 tot ongeveer 230.

Een uitgebreid overzicht van referentiestations in Nederland en in de ons omringende landen wordt gepubliceerd op https://gnss1.lr.tudelft.nl/nlref/.


NAP-infrastructuur

De bijhouding van het secundaire net van het NAP (Normaal Amsterdams Peil) in het kader van de bijhoudingscyclus van de 4e planperiode heeft zich in 2008 geconcentreerd op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en op de gaswinningsgebieden in het noorden van het land. Deze projecten zijn uitgevoerd in samenwerking met de Nederlands Aardolie Maatschappij (NAM) en de gemeente Rotterdam. Het onder auspiciën van EUREF uitgevoerde project EVRF2007 (European Vertical Reference Frame 2007) heeft een nieuwe realisatie van het Europese hoogtesysteem EVRS (European Vertical Reference System) opgeleverd. Deze hoogtes zijn berekend door het Bundesamt für Kartographie und Geodäsie in Duitsland. Hiermee zijn nu voor circa 1100 primaire en secundaire hoogtemerken hoogtes beschikbaar in het Europese hoogtestelsel. Dit zijn praktisch alle merken die deel uit maakten van de 5e Nauwkeurigheidswaterpassing. Het verschil tussen NAP en EVRS bedraagt landelijk circa 3 cm.


Zwaartekrachtinfrastructuur

In juni 2008 is in opdracht van de Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst een meetcampagne voor absolute zwaartekracht gehouden door de TU Delft. Vijf stations werden gemeten: Westerbork, Zundert, Kootwijk (Watertoren), Wageningen en Epen. Het gebruikte instrument is de Micro-g FG-5 #234 die in het bezit is van de TU Delft. Over de resultaten is een rapport geschreven getiteld Vertical control of NAP - results of the measurement campagn 2008 (R.H.C. Reudink, R. Klees). De hele tijdsreeks van absolute zwaartekrachtmetingen is opnieuw met verbeterde modellen vereffend. Op een aantal stations kon een statistisch significante bodemdaling van het pleistoceen worden gedetecteerd. Voor station Epen werd uit absolute zwaartekrachtmetingen een daling van 2,1 ± 0,3 mm/jaar berekend uit 8 metingen in 15 jaar. Dat is meer dan geologische modellen voorspellen. Het resultaat is in overeenstemming met waarnemingen in het station Membach (België) dat ten zuiden van Limburg ligt (3,0 ± 0,5 mm/jaar). Ter verbetering van het monitoren van de pleistocene laag zal de TU Delft onderzoeken of er een geschikt station in het noordwesten van het land kan worden gevonden.


Internationale samenwerking

Dr.ir. H. van der Marel (TU Delft) heeft na 15 jaar de EUREF Technical Working Group (ETWG; European Reference Frame), het uitvoerende orgaan van EUREF, verlaten. Tijdens het EUREF2008-symposium van 18 tot en met 21 juni in Brussel is, voor het eerst, gekozen uit diverse kandidaten voor zijn opvolging en die van andere vertrekkende ETWG-leden. Op het symposium werd Nederland vertegenwoordigd door dr.ir. H. van der Marel (TU Delft), ir. L. Huisman (TU Delft), ir. J. van Buren (Kadaster) en ir. A.J.M. Kösters (RWS DID). Ir. Van Buren presenteerde het National Report of the Netherlands.

Op het symposium is besloten de realisatie van ETRS89 (European Terrestrial Reference System 1989) te wijzigen. ETRS89 volgt niet meer automatisch de veranderingen van het ITRF (International Terrestrial Reference Frame) door een vaste transformatie. Nieuwe realisaties worden zo dicht mogelijk bij de ETRF2000-realisatie (European Terrestrial Reference Frame) gehouden. Op deze manier wordt in belangrijke mate aan de wensen van gebruikers tegemoet gekomen om de sprongen tussen opeenvolgende realisaties van ETRS89 zo klein mogelijk te houden.

De Subcommissie volgt de ontwikkelingen van INSPIRE (Infrastructure for Spatial Information in Europe). Ir. J. van Buren en ir. A.J.M. Kösters rapporteerden over de ontwikkelingen rond het INSPIRE-thema 'Coördinaten Referentiesystemen'.


Publicaties

De TU Delft (dr.ir. H. van der Marel en dr.ir. C.C.J.M. Tiberius) is er als eerste in geslaagd 'double difference' metingen uit te voeren tussen twee experimentele Galileo-satellieten en de meerduidigheid op te lossen. Hierover is in diverse tijdschriften gerapporteerd, waaronder Inside GNSS en GPS Solutions.

In het oktober-november 2008 nummer van VI-Matrix heeft ir. J. van Buren mede het artikel 'Europees coördinatensysteem is voor Nederland vooral een kans' gepubliceerd. De strekking van het artikel is dat het een logische stap is om alle geografische bestanden op te slaan in ETRS89 in plaats van ten eeuwige dage te blijven transformeren van RD naar ETRS89.