Print deze pagina

De geodetische referentiestelsels van Nederland

De Bruijne, Refernetiestelsels, 43GPS-kernnet 1997Net 5e NauwkeurigheidswaterpassingVerschil hoogtes ondergrondse merken nieuw en oudGeoïdemodel Nederland

Definitie en vastlegging van ETRS89, RD en NAP en hun onderlinge relaties

Arnoud de Bruijne, Joop van Buren, Anton Kösters, Hans van der Marel

Nederlandse Commissie voor Geodesie 43, Delft, 2005. 132 pagina's.
ISBN-13: 978 90 6132 291 7. ISBN-10: 90 6132 291 X.


Samenvatting

Voor een goede bepaling van ligging en hoogte wordt gebruik gemaakt van eenduidige en homogene geodetische referentiestelsels. In Nederland zijn dit de stelsels van de Rijksdriehoeksmeting (RD) voor de ligging en het Normaal Amsterdams Peil (NAP) voor de hoogte. Traditioneel wordt het RD beheerd door het Kadaster en het NAP door Rijkswaterstaat.

Ten gevolge van de opkomst van satellietplaatsbepaling hebben er ingrijpende veranderingen plaatsgevonden aan deze geodetische referentiestelsels. Een landmeter kan met gebruikmaking van GPS (Global Positioning System) met hetzelfde instrument op hetzelfde moment zowel ligging als hoogte meten. Hiertoe wordt van één driedimensionaal geodetisch referentiestelsel gebruik gemaakt, te weten het European Terrestrial Reference System (ETRS89), dat in Nederland gezamenlijk wordt bijgehouden door het Kadaster en Rijkswaterstaat.

Voor het praktisch gebruik van GPS als meettechniek is de definitie van het RD-stelsel gekoppeld aan ETRS89. Het gebruik van GPS bracht echter vervormingen van het RD-stelsel aan het licht, die gemodelleerd worden in de transformatie RDNAPTRANSTM2004. Verder is de geoïde cruciaal geworden door de inzet van GPS bij hoogtebepaling ten opzichte van NAP. Door verticale bodembeweging wordt de ruggengraat van het NAP verstoord en is grootschalige bijstelling van de hoogtes van ondergrondse merken - en daarom ook van peilmerken - nodig gebleken. Sinds 2005 gelden dan ook nieuwe NAP-hoogtes en al sinds 2000 geldt een nieuwe definitie van het RD-stelsel, opnieuw aangepast in 2004.

Twee subcommissies van de NCG hebben zich de laatste jaren uitvoerig bezig gehouden met de herzieningen. Deze publicatie vormt de vastlegging van ETRS89, RD en NAP en hun onderlinge relaties. Naast een beschrijving van de historie van de referentiestelsels en de wijze van bijhouding ervan (met onder meer het AGRS.NL als basis van de geometrische infrastructuur van Nederland), wordt de status van de stelsels per 1 januari 2005 beschreven. Dit omvat de realisatie van ETRS89 via het AGRS.NL, de herziening en de nieuwe definitie van het RD-stelsel in 2004 en de nieuwe NAP-publicatie in 2005. De onderlinge relaties tussen de stelsels worden beschreven door de vernieuwde transformatie RDNAPTRANSTM2004, waarvan het nieuwe geoïdemodel NLGEO2004 en een model voor de vervormingen van het RD-stelsel deel uitmaken.

Tenslotte wordt aandacht besteed aan toekomstige bijhoudingen van ETRS89, RD en NAP. De continuïteit van de koppeling tussen enerzijds de traditionele stelsels en anderzijds de driedimensionale stelsels is van groot belang en ETRS89 zal die rol blijven vervullen. Het GPS-kernnet en de AGRS.NL-referentiestations zullen steeds meer de centrale rol in de bijhouding van het RD-stelsel gaan vormen. Bijhouding van het NAP blijft nodig, maar de primaire hoogtes zullen de komende decennia niet herzien hoeven te worden. Daarmee is de goede kwaliteit van de geodetische referentiestelsels voor het praktisch gebruik gegarandeerd.


Inhoudsopgave

  • Voorwoord
  • Samenvatting
  • Inleiding
  • Historische achtergronden
  • De status van de referentiestelsels per 1-1-2005
  • Toekomstige bijhoudingen
  • Referenties
  • Bijlagen

Summary

Unambiguous and homogeneous geodetic reference frames are essential to the proper determination of locations and heights. The reference frames used in the Netherlands are the Rijksdriehoekmeting (RD) for locations and the Normaal Amsterdamse Peil (NAP) for heights. The RD has traditionally been managed by the Kadaster; the NAP by Rijkswaterstaat.

The emergence of satellite positioning has resulted in drastic changes to these geodetic reference frames. A surveyor is now offered one instrument, GPS (the Global Positioning System), capable of the simultaneous determination of locations and heights. This is possible by virtue of one three-dimensional geodetic reference system - the European Terrestrial Reference System (ETRS89) - which in the Netherlands is maintained in a collaborative arrangement between the Kadaster and Rijkswaterstaat.

GPS has been advanced as a practical measurement technique by linking the definition of the RD grid to ETRS89. Nevertheless the introduction of GPS also revealed distortions in the RD grid, which are modelled in the RDNAPTRANSTM2004 transformation. Furthermore, the use of the geoid model has become essential to the use of GPS in determining the height in comparison to NAP. Subsidence that has disrupted the backbone of the NAP gave cause to the need for a large-scale adjustment of the heights of the underground benchmarks and, in so doing, of the grid. Consequently new NAP heights have been introduced at the beginning of 2005; a new definition of the RD grid that had already been introduced in 2000 was once again modified in 2004.

During the past few years two NCG subcommissions have devoted a great deal of time to these modifications. This publication lays down ETRS89, the RD and the NAP, together with their mutual relationships. In addition to reviewing the history of the reference frames and the manner in which they are maintained (including, for example, the use of AGRS.NL as the basis for the Dutch geometric infrastructure), the publication also discusses the status of the frames as at 1 January 2005. This encompasses the realisation of ETRS89 via AGRS.NL, the revision and new definition of the RD grid in 2004, and the new NAP publication in 2005. The publication also describes the mutual relationships between the frames in the modernized RDNAPTRANSTM2004 transformation consisting of the new NLGEO2004 geoid model and a model for the distortions of the RD grid.

In conclusion, the publication also devotes attention to the future maintenance of the ETRS89, RD and NAP. The continuity of the link between the traditional frames and the three-dimensional frames is of great importance, and ETRS89 will continue to fulfil this linking role. The GPS base network and AGRS.NL reference stations will increasingly assume the leading role in the maintenance of the RD frame. The maintenance of the NAP will continue to be necessary, although during the coming decades the the primary heights will not need revision. In so doing the high quality of the geodetic reference frames required for their use in actual practice will continue to be guaranteed.


Content

  • Foreword
  • Summary
  • Introduction
  • The historical backgrounds
  • The status of the reference frames as at 1-1-2005
  • Future maintenance
  • References
  • Appendices