Print deze pagina

Nederlandse Commissie voor Geodesie, Wat is Waar? Nationaal Geodetisch Plan 1995

GS 31, Nederlandse Commissie voor Geodesie, Wat is Waar? Nationaal Geodetisch Plan 1995

Nederlandse Commissie voor Geodesie

Nederlandse Commissie voor Geodesie 31, Delft 1995, 98 pagina's.
ISBN-13: 978 90 6132 252 8. ISBN-10: 90 6132 252 9.


Voorwoord

In haar vergadering van 8 december 1992 besloot de Nederlandse Commissie voor Geodesie (NCG) de Subcommissie "Nationaal Geodetisch Plan" in te stellen. Bij haar installatie op 24 februari 1993 kreeg de subcommissie tot taak: "Het geven van een raamwerk voor de toekomst waarin de verwachte en gewenste ontwikkelingen van de geodesie in Nederland staan beschreven. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan de driehoek praktijk, onderwijs en onderzoek".

Het vak is sterk in beweging, in de eerste plaats in technisch-wetenschappelijk opzicht maar, als gevolg daarvan vraagt ook de taakstelling van het vak in de veranderende maatschappelijke omgeving om bezinning. Belangrijke ontwikkelingen die het vak in de afgelopen decennia niet ongemoeid lieten, zijn die in de natuurkunde en de elektronica met toepassingen in de automatisering en de ruimtevaart. Naast de invoering van nieuwe opnametechnieken hadden vooral de automatisering en de ruimtevaart een revolutionaire invloed op het vak. We zagen een operationele invoering van ruimtelijke methoden, ook in de praktijk, een dramatische verbetering van meetprecisies over afstanden tot duizenden kilometers en een opvoering van de mate van actualiteit van de geodetische opname. Het meest tastbare gevolg van de ruimtevaart voor de geodetische praktijk is de invoering van het Global Positioning System (GPS) die allerwegen haar beslag krijgt. GPS vindt ook toepassing in de navigatie en de grenzen daarvan met het dynamisch positioneren in de geodesie vervagen. Maar geen ruimtevaart en geen GPS zonder automatisering.
De automatisering heeft zo mogelijk nog grotere gevolgen voor de beoefening van het vak, en voor zijn toepassingsmogelijkheden. Ook daar revolutionaire invloeden zowel bij de geodetische opname als bij de verwerking van meetuitkomsten. Opmerkelijk zijn ook de ontwikkelingen in de fotogrammetrie, van analoog naar digitaal, van fotografisch naar multispectraal in de remote sensing.

Deze en andere technisch-wetenschappelijke ontwikkelingen vroegen en vragen nog steeds om aanpassing van theorie en verwerkingsmethodieken; aanpassingen die hand in hand dienen te gaan bij de invoering van ruimtelijke informatie systemen, waarbij geodeten sleutelposities kunnen vervullen. Aanpassingen, die tevens zijn gericht op nieuwe toepassingsmogelijkheden, bij voorbeeld in de aardwetenschappen, waar de geodesie zich voor de uitdaging ziet geplaatst de mobiliteit van de aardkorst en van het gemiddeld zeeniveau te meten. De technisch-wetenschappelijke ontwikkelingen hebben ook de maatschappelijke omgeving en daarmee de afzetmarkt voor geodetische produkten en diensten niet onberoerd gelaten. De trends worden ook elders onderkend en in de afgelopen jaren zagen in het buitenland diverse studies over verder te verwachten ontwikkelingen en mogelijkheden voor de beoefening van de geodesie als wetenschap of praktisch vak het licht.

Met haar besluit tot instelling van een subcommissie met de omschreven taak wist de NCG dat zij in een behoefte voorzag. De NCG benoemde haar leden prof.dr.ir. L. Aardoom, mr. J.W.J. Besemer, prof.ir. R. Groot en ir. M.J. Olierook als leden van de subcommissie, allen op persoonlijke titel. Deze "wijze mannen" vertegenwoordigden gezamenlijk de centrale overheidsdiensten die het meest bij de praktische beoefening van de geodesie in Nederland zijn betrokken en de geodetische subdisciplines die een opmerkelijke ontwikkeling doormaken. Na tussentijds overleg met het bestuur van de NCG, heeft de subcommissie in de jaarvergadering op 13 december 1994 aan de NCG verslag gedaan en een voorlopige versie van haar rapport aangeboden. Na discussie heeft de vergadering besloten de inhoud van het rapport in algemene termen als haar visie over te nemen. Thans is de redactioneel bewerkte versie van het rapport beschikbaar en kan de NCG die presenteren. Zij doet dat hierbij gaarne.

Na een inventariserende beschouwing over de Nederlandse geodesie in haar huidige situatie, vraagt de subcommissie aandacht voor de maatschappelijke en technologische trends waarmee de geodesie bij haar ontwikkelingsstrategie rekening zal moeten houden. De subcommissie beziet de geodesie als een combinatie van kennis en vaardigheid die in de loop der tijd in het circuit "praktijk- onderwijs-onderzoek" is verworven en die, in een voortdurend proces van ontwikkeling, ten dienste van de samenleving wordt ingezet. Geheel eigentijds, benadert de subcommissie de problematiek vanuit de vraagzijde, markt gericht, maar wel met oog voor wat de geodesie de samenleving, ook in wetenschappelijk opzicht, op langere termijn te bieden heeft. Inspelend op de mogelijkheden die met name de informatietechnologie biedt of gaat bieden, ontvouwt de subcommissie voor de geodesie een uitgebreide missie, waarin de inhoudelijke kant van de informatie, naast de geodetisch essentiële geometrische component, aandacht krijgt. De subcommissie ziet de geodesie als groeikern met andere vakdisciplines rond de ruimtelijke informatie- voorziening in algemene zin. Zij dringt dan ook aan op versteviging en uitbreiding van het wetenschappelijk netwerk, waarvan de geodesie deel uitmaakt. De subcommissie ziet ook nadrukkelijk, zo schrijft zij, een markt voor de toekomstige missie. Met dit alles voor ogen geeft de subcommissie, onder meer, in grote lijnen aan welke aanpassingen het geodetisch onderwijs en het geodetisch onderzoek zullen moeten ondergaan om de toekomstige missie in te kunnen vullen. Voor wat betreft het wetenschappelijk onderwijs onderscheidt de subcommissie twee elkaar voedende beroepsoriëntaties: de geometrische en de geo-informatische. Voor wat het onderzoek betreft, pleit de subcommissie voor duidelijker en functionele structuren voor taakverdeling en coördinatie van uitvoering. De subcommissie schetst slechts de hoofdlijnen die naar haar oordeel dienen te worden gevolgd, wil de geodesie ook in de toekomst een belangrijke en duidelijk identificeerbare rol blijven spelen. Het rapport mag dan ook niet worden gezien als "blauwdruk" voor de oplossing van knelpunten die bij het volgen van die hoofdlijnen worden gevoeld.

Met het verstrekken van de opdracht heeft de NCG de subcommissie tot stellingname uitgedaagd en de subcommissie heeft deze uitdaging vertaald in een aantal punten waarop, naar haar oordeel, actie zou moeten worden ondernomen. Voorzover deze acties de NCG zelf aangaan, zal zij daaraan alle aandacht besteden. Acties van anderen waartoe de subcommissie oproept, zullen door de NCG onder de aandacht van betrokkenen worden gebracht.

Prof.dr.ir. P.J.G. Teunissen,
voorzitter Nederlandse Commissie voor Geodesie


Inhoudsopgave

  • Voorwoord v
  • Inleiding 1
  • De subcommissie aan het werk 2
  • De geodesie in de huidige situatie 6
  • De geodesie in de toekomst 29
  • De gewenste ontwikkelingen 58
  • Gewenste acties 81
  • Literatuuropgave 85
  • Verklaringen van afkortingen 87
  • Bijlage 1. "Consulenten" 89
  • Bijlage 2. Schetsmatig verslag "consulterende vergadering" 90