Print deze pagina

Het geodetisch onderzoek in Nederland. De resultaten van een inventarisatie

GS 29, L. Aardoom, Het geodetisch onderzoek in Nederland. De resultaten van een inventarisatie

L. Aardoom

Nederlandse Commissie voor Geodesie 29, Delft 1992, 62 pagina's.
ISBN-13: 978 90 6132 242 9. ISBN-10: 90 6132 242 1.


Inleiding

De in opdracht van de toenmalige Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB) in 1990 verrichte verkenning op het gebied van het civieltechnisch en geodetisch onderzoek in Nederland en het naar aanleiding van de uitkomsten daarvan uitgebrachte advies (zie verwijzing naar Geraadpleegde literatuur) deden de Nederlandse Commissie voor Geodesie (NCG) op 4 december 1990 besluiten een nadere inventarisatie te laten uitvoeren van het in Nederland lopende, voorgenomen en gewenste onderzoek op het gebied van de geodesie. In de volgende hoofdstukken wordt van deze inventarisatie verslag gedaan en worden de bevindingen samengevat.

Voor wat de geodesie aangaat zijn de aanbevelingen voortvloeiend uit de verkenning door dr.ir. L.H. Ruiter en de conclusies en aanbevelingen die de RAWB daaraan verbond samengevat in de bijlagen 1 en 2. Volgde uit de verkenning de aanbeveling om ter zake van het onderzoek een discussie te openen over herschikking van verantwoordelijkheden en over de taakverdeling tussen de Meetkundige Dienst (MD) van de Rijkswaterstaat (RWS), de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers (KADOR), de Topografische Dienst (TD), de Dienst der Hydrografie (DH) en het International Institute for Aerospace Survey and Earth Sciences (ITC), de RAWB ging verder door de betrokken Ministers van Verkeer en Waterstaat (V&W), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Defensie te adviseren overleg te starten over de oprichting van een instituut voor toegepast geodetisch onderzoek; anderzijds liet de RAWB het ITC in dit verband buiten beschouwing. In beide visies blijft er plaats voor het fundamentele geodetisch onderzoek bij de Faculteit der Geodesie (GEO) van de Technische Universiteit Delft (TUD), maar het onder die instelling ressorterende Observatorium voor Satellietgeodesie (OSG) te Kootwijk zou bij een eventuele herschikking van het toegepaste onderzoek moeten worden betrokken.

Gekozen is voor een benadering waarin het geodetisch onderzoek wordt gezien als een onderdeel van de evolutie van het vak. Na een beknopte beschrijving van de bij de inventarisatie gevolgde werkwijze (hoofdstuk 2) volgt in hoofdstuk 3 een schets van het geodetische vakgebied, de wijze van beoefening van het vak, de ontwikkeling en de voorziene technische uitdagingen. Hoofdstuk 4 dient ter beschrijving van gehanteerde begrippen. In hoofdstuk 5 zijn de in Nederland werkzame geodetische bedrijfstakken nader omschreven. Hoofdstukken 6 en 7 bevatten de resultaten van de inventarisatie.

Al dadelijk is in hoofdstuk 3 een scheiding aangebracht tussen de beoefening van het vak en de toepassing van de resultaten daarvan. Deze scheiding beoogt de bevordering van het overzicht over het geodetisch onderzoek. Hoewel juist open oog wordt gehouden voor die toepassingen, blijft daarom onderzoek op de terreinen van de toepassingen hier buiten beschouwing, zelfs al wordt zulk onderzoek uitgevoerd door geodeten en binnen overwegend als geodetisch aan te merken instellingen of bedrijven.

Daar de Nederlandse geodesie sterk nationaal georiënteerd is, werd bij de beschrijving van het onderzoek in de eerste plaats gelet op de toepassing van de resultaten in Nederland. In voorkomende gevallen werd echter ook rekening gehouden met de internationale situatie.

Er is niet gestreefd naar een uitputtende opsomming van het lopend en voorgenomen geodetisch onderzoek. Getracht is slechts de hoofdlijnen te onderscheiden. Een volledige opsomming - al zou die kunnen worden gegeven - zou te zeer tijdsbepaald zijn. Het resultaat van de inventarisatie is dus geen 'Gouden Gids' voor het geodetisch onderzoek in Nederland.

De NCG, en in het bijzonder het bestuur daarvan, zij dank gebracht voor het doen van enkele waardevolle inhoudelijke suggesties.


Inhoudsopgave

  • Voorwoord  v
  • Inleiding  1
  • De inventarisatie  3
  • Het vak  5
  • Onderwijs, onderzoek & ontwikkeling  19
  • Profielen van geodetische vakkringen  23
  • Aandachtsgebieden van het geodetisch onderzoek  39
  • Bevindingen ten aanzien van onderzoek & ontwikkeling  49
  • Geraadpleegde literatuur  53
  • Bijlagen
  • Geodetisch uittreksel van de aanbevelingen uit de verkenning van het civieltechnisch en geodetisch onderzoek door dr.ir. L.H. Ruiter  54
  • Geodetisch uittreksel van de conclusies en aanbevelingen van de RAWB  55
  • Gesprekspartners  56
  • Indicatief gespreksprotocol ten behoeve van de inventarisatie van het geodetisch onderzoek in Nederland  59
  • Lijst van gebruikte afkortingen  60