Print deze pagina

Conceptuele generalisatie

Van Smaalen, Automated, 55

Het AIO-onderzoek Conceptuele Generalisatie is uitgevoerd door dr.ir. John W.N. van Smaalen (UvA); ten tijde van het onderzoek verbonden aan de Wageningen Universiteit. Het onderzoek is stand gekomen na een initiatief van de Subcommissie Geo-Informatie Modellen van de NCG en werd uitgevoerd in opdracht van het Kadaster, de Meetkundige Dienst RWS, de Wageningen Universiteit en de NCG.

Het onderzoek is gepubliceerd door de NCG in: J.W.N. van Smaalen, Automated aggregation of geographic objects. A new approach to the conceptual generalisation of geographic databases. Delft, 2003. 104 pagina's. ISBN 90 6123 282 0 € 10,50.

Samenvatting van de probleem- en doelstelling

In geografie en kartografie wordt onder conceptuele generalisatie verstaan het proces waarin uit gedetailleerde geometrische en thematische objectbeschrijvingen meer samenvattende objectbeschrijvingen worden afgeleid. Structuur en resultaten van dit proces zijn afhankelijk van de aard van de objecten, van het doel van het afgeleide product, en van de weergavemogelijkheden op papier of beeldscherm. Hoewel diensten die geografische en kartografische producten op verschillende schaalniveaus moeten vervaardigen sterke behoefte hebben aan automatisering van het generalisatieproces is dit tot nu toe nog niet goed gelukt door een sterke verweving van de genoemde factoren. In het onderzoek zal, op basis van eerder onderzoek, een generalisatieprocedure worden ontwikkeld uitgaande van een geometrisch en thematisch sterk gestructureerde geografische database in vectorformaat. Het resultaat van het onderzoek zal bestaan uit een algemene beschrijving van conceptuele generalisatieprocessen, met bijzondere aandacht voor de elementaire operaties in die processen en de basisregels voor de besturing van deze processen. Tevens zal een werkend prototype worden opgeleverd. In dit kader zal ook worden aangegeven, hoe het technisch beschreven proces in een gebruikerscontext kan worden ingekaderd.

Formulering van het probleem

In het geval van geo-informatie die in digitale databases is opgeslagen, valt in eerste instantie, de grafische component weg. Dan kan men zich richten op een begripsmatige generalisatie. Dit houdt in dat de in de database beschreven terreinobjecten van verschillend type worden samengevoegd tot samengestelde objecten; men spreekt dan van aggregatie. Het kan ook betekenen dat objectklassen worden samengevoegd tot superklassen; men kan dan spreken van thematische generalisatie. Het voorgestelde onderzoek richt zich op de formulering van regels en procedures, volgens welke deze conceptuele generalisatie kan worden uitgevoerd.

Bij het onderzoek zullen onder meer de volgende vragen beantwoord moeten worden:

  • Welke elementaire objecten worden als basisinformatie in de database ingevoerd?
  • Hoe moet een classificatiehiërarchie voor deze objecten gestructureerd worden en wat zijn daarbij de relevante attribuutstructuren?
  • Hoe wordt de geometrische beschrijving van deze objecten gestructureerd, welke topologische basisrelaties moeten daarbij in de gegevensstructuur worden ingebracht?
  • Welke thematische en geometrische regels kunnen geformuleerd worden voor het selecteren van objecten t.b.v. de vermindering van objectdichtheid in de terreinbeschrijving?
  • Welke thematische generalisaties moeten en kunnen op basis van de gedefinieerde classificatiehiërarchie worden uitgevoerd?
  • Hoe kunnen op basis van thematische en topologische (geometrische) regels samengestelde objecten uit elementaire objecten worden geconstrueerd?
  • Hoe kunnen topologische en thematische regels worden geformuleerd om de structuur van deze samengestelde objecten te vereenvoudigen?
  • Met behulp van welke regels kan de topologische (geometrische) samenhang bewaakt worden bij deze operaties?

Het resultaat van het onderzoek zal bestaan uit een algemene beschrijving van conceptuele generalisatieprocessen, met bijzondere aandacht voor de elementaire operaties in die processen en de basisregels voor de besturing van deze processen. Tevens zal een werkend prototype worden opgeleverd. In dit kader zal ook worden aangegeven, hoe het technisch beschreven proces in een gebruikerscontext, c.q. een FINGIS-omgeving, kan worden ingekaderd.

De resultaten van het onderzoek zullen worden gepubliceerd in de vorm van artikelen in (internationale) tijdschriften en in de vorm van een proefschrift. Daarnaast wordt gerapporteerd aan de begeleidingsgroep en aan die instanties die in de samenwerking zijn betrokken.