Print deze pagina

Jaarverslag 2010 Subcommissie Geodetische Infrastructuur en Referentiesystemen

Het nieuwe AGRS-station op Vlieland.

Activiteiten

De Subcommissie is in 2010 tweemaal bijeengeweest voor de 65e en 66e vergadering op respectievelijk 6 april en 14 oktober. Van het rapport Huidige organisatie en ontwikkelingsrichting van de geodetische infrastructuur in Nederland. Na vergelijking met onze buurlanden, dat het Dagelijks Bestuur van de NCG op voorstel van de Subcommissie heeft laten opstellen, is op 3 maart een definitieve versie verschenen. Naar aanleiding hiervan is vanuit de NCG en het GI-beraad aan de betrokken uitvoerende diensten het Kadaster, de Rijkswaterstaat Data–ICT–Dienst, de Dienst der Hydrografie en de TU Delft gevraagd een voorstel te maken voor de toekomstige organisatie van de geodetische infrastructuur van Nederland. De voorzitter van de Subcommissie heeft door het beantwoorden van vragen bijgedragen aan GIDEON – Basisvoorziening geo-informatie Nederland, waarvan de NCG uitvoering geeft aan het strategiehouderschap kennis, innovatie en educatie.

Nieuwe leden

Ir. J.G.A. Jansen is als vertegenwoordiger van GeoBusiness Nederland per 11-2-2010 lid geworden van de Subcommissie. Per 29-9-2010 is ing. S.H. Oosterhof, manager van de eenheid Geometrische Referentie Systemen van het Kadaster, lid van de Subcommissie geworden in plaats van ir M.J. Rijsdijk (Kadaster).


IGS, EPN en AGRS.NL

Het Actief GPS Referentie Systeem voor Nederland (AGRS.NL) is de basis van de geodetische infrastructuur van Nederland. AGRS.NL bestond eind 2010 uit negen stations: Apeldoorn, Delft, Eijsden, IJmuiden, Kootwijk, Terschelling, Vlissingen, Westerbork en het nieuwe station Vlieland. De stations Delft, Eijsden, Terschelling, Westerbork en Kootwijk maken deel uit van het European Permanent Network (EPN). Westerbork, Kootwijk en Delft maken ook deel uit van de International GNSS Service (IGS; Global Navigation Satellite System). In 2010 is voor het eerst een meerjarenbeleidsplan opgesteld voor het AGRS.NL voor de periode 2011 – 2015.

Met een systeem voor de automatische processing van de AGRS.NL-data op basis van de Bernese software worden coördinaten per dag van de AGRS.NL-stations berekend ten opzichte van omliggende IGS- en EPN-stations. Tot 1 oktober 2010 werden deze berekeningen uitgevoerd bij de Rijkswaterstaat Data–ICT–Dienst (DID), maar sinds die datum bij het Kadaster. De gepubliceerde coördinaten van de AGRS.NL-stations worden gewijzigd als het jaarlijks gemiddelde van een of meer stations significant afwijkt. Dit was het geval met de berekening over 2010 en werd veroorzaakt door een kleine (5 mm) beweging van Terschelling en stormschade bij Apeldoorn, waarna de antenne van het station Kootwijk met een andere beschermkap (dome) werd teruggeplaatst. Om een zo homogeen mogelijke set coördinaten te behouden, is op grond van het voorgaande besloten om voor alle AGRS.NL-stations nieuwe coördinaten te publiceren volgend uit de berekeningen over 2010 onder de naam AGRS2010. De gemiddelde verschillen tussen AGRS2010 en de vorige publicatie AGRS2008 bleven ruim onder de standaardafwijkingen van deze gemiddelden. Een aanpassing van RDNAPTRANS™2008 was daarom niet noodzakelijk.

RDNAPTRANS™ is de officiële transformatie tussen ETRS89 (European Terrestrial Reference System 1989) en RD/NAP (Rijksdriehoeksmeting, Normaal Amsterdams Peil). Ook in 2010 was er veel belangstelling voor deze transformatie. Het aantal geregistreerde afnemers is gestegen tot 259.


RD-infrastructuur en NETPOS

De afdeling Geometrische Referentie Systemen (voorheen RD: Rijksdriehoeksmeting) van het Kadaster kreeg de opdracht om na te denken over een vermindering van het aantal GPS-kernnetpunten (Global Positioning System). Tegen de verwachting in bleek er nog steeds veel gebruik te worden gemaakt van deze punten. De huidige bijhouding van het Kernnet is een efficiënt proces, dat voor een fractie van de vroegere kosten wordt uitgevoerd. En naar verwachting heeft vermindering van het aantal Kernnetpunten en/of de bijhoudingsfrequentie ervan negatieve gevolgen voor de gebruikers. Het Kadaster heeft daarom besloten om het aantal Kernnetpunten en de jaarlijkse bijhoudingscyclus voorlopig te handhaven.

Het aantal gebruikers met mobiele GNSS-ontvangers (Global Navigation Satellite System) van de Netherlands Positioning Service (NETPOS), de real-time GNSS-dienstverlening van het Kadaster, steeg in 2010 verder naar 381 (307 in 2009). Gebruikers zijn het Kadaster en het ministerie van V&W (nu I&M), hierin vertegenwoordigd door Rijkswaterstaat. Het Kadaster gebruikt voor 80% van de kadastrale metingen NETPOS; Rijkswaterstaat gebruikt NETPOS voornamelijk voor het uitvoeren van peilingen. Een bijzondere gebruiker is het KNMI dat NETPOS-gegevens gebruikt voor de schatting van waterdamp in de atmosfeer.

Het NETPOS-netwerk bestond eind 2010 uit 35 referentiestations. De AGRS.NL-stations Apeldoorn, Eijsden, IJmuiden, Terschelling, Vlieland en Vlissingen worden binnen NETPOS gemonitord. IJmuiden, Terschelling, Vlieland en Vlissingen maken tevens deel uit van het real-time netwerk. In 2010 werd het station Willemstad verplaatst naar een nabijgelegen peilmeetstation in verband met de sloop van de oude locatie, het bedieningsgebouw van de sluis.

Een uitgebreid overzicht van referentiestations in Nederland en in de ons omringende landen wordt gepubliceerd op https://gnss1.lr.tudelft.nl/nlref/.


NAP-infrastructuur

De uitvoering van de 4e Planperiode van de bijhouding van het secundaire NAP (Normaal Amsterdams Peil) ligt op schema. Er zijn goede ervaringen opgedaan met het optisch meten van hoogteverschillen over brede waterovergangen. In samenwerking met de TU Delft is een nieuwe serie absolute zwaartekrachtsmetingen uitgevoerd. Meer informatie hierover bij zwaartekrachtinfrastructuur. Er zijn significante verschillen gerapporteerd tussen NAP-hoogtes op de GPS-infrastructuur in Zuid-Limburg. Deze kunnen onder andere zijn veroorzaakt door het verwaarlozen van orthometrische correcties in het NAP door systematische fouten aan de randen van de geoïde of door veranderingen in het ETRS89-referentie. Vergelijkbare verschillen zijn eerder gerapporteerd op de 2e Maasvlakte.


Zwaartekrachtinfrastructuur

In juni 2010 zijn in opdracht van de Rijkswaterstaat Data–ICT–Dienst (DID) op vijf stations in Nederland weer absolute zwaartekrachtmetingen met de FG5-234 uitgevoerd ter controle van de absolute verticale stabiliteit van het NAP-referentievlak. De gemeten stations zijn: Westerbork (gravimetriebunker), Zundert (brandweerkazerne), Kootwijk (watertoren van het voormalige Radio Kootwijk), Wageningen (Herbarium gebouw WU) en Epen (seismisch station HGN van het KNMI). De resultaten zijn verwerkt in het rapport Vertical control of NAP 2010 - results of the measurement campaign 2010 en overhandigd aan de DID. De uitkomsten van de metingen bleken consistent te zijn met alle eerdere metingen uit voorgaande jaren.

In het verslagjaar is voor het eerst onderzoek verricht naar het effect van grondwaterveranderingen op de gemeten zwaartekracht. Aan de hand van de grondwaterstanden (www.dinoloket.nl) van een of meerdere boorputten in de nabijheid van het betreffende station zijn correcties berekend op de gemeten tijdreeksen in de absolute zwaartekracht. Met uitzondering van Epen, waar het effect van grondwater onder het ruisniveau van de gravitatiemetingen blijkt te liggen, gaven deze correcties een duidelijke verbetering op de bestaande tijdreeks per station. De grootste verbeteringen werden gevonden voor Zundert en Westerbork. Na correctie konden deze stations zich in signaalkwaliteit meten met Epen. Door het aanbrengen van deze correcties is er veel meer duidelijkheid gekomen in de trend van de absolute zwaartekracht in Nederland en de stabiliteit van het NAP.


Internationale samenwerking

Op het EUREF2010 symposium in Gävle (Zweden) is Nederland vertegenwoordigd door ir. J. van Buren (Kadaster). Van Buren presenteerde er het National Report of the Netherlands. De formele nationale vertegenwoordiging van Nederland namens de diensten in EUREF (European Reference Frame) is sinds eind 2010 ir.drs. A.J. Klijnjan (Kadaster). INSPIRE (Infrastructure for Spatial Information in the European Community) heeft de aandacht van de Subcommissie. Het Kadaster heeft de knikpunten van de rijksgrenzen omgerekend naar ETRS89 om zo de vergelijking te kunnen maken met de buurlanden. Nederland, in het bijzonder de TU Delft, draagt bij aan het project Bringing Land And Sea Together (BLAST).


Publicatie

R.H.C. Reudink, R. Klees. Vertical control of NAP 2010 - results of the measurement campaign, 2010. TU Delft, 2010.