Print deze pagina

Jaarverslag 2010 Subcommissie Ruimtelijke Basisgegevens

Een voorbeeld van 3D-detailmodellen van Rotterdam. Afbeelding uit de presentatie van prof.dr.ir. M.G. Vosselman (Universiteit Twente–ITC)  over 3D-data-inwinning en het automatisch genereren van 3D-geo-informatie.

De Subcommissie Ruimtelijke Basisgegevens wil de beschikbaarheid en het gebruik van ruimtelijke basisgegevens bevorderen door:

  • het afstemmen van onderzoek op het gebied van inwinning, representatie en gebruik van deze gegevens;
  • het vastleggen en verspreiden van relevante kennis op dit gebied door middel van publicaties en studiedagen;
  • het gevraagd en ongevraagd verstrekken van adviezen aan de NCG en andere betrokkenen;
  • het initiëren van specialistisch onderzoek (NCG-promotieplaatsen);
  • het onderhouden van (inter-) nationale wetenschappelijke contacten.

De Subcommissie, onder voorzitterschap van prof.dr.ir. M.G. Vosselman (Universiteit Twente–ITC), telt acht leden werkzaam op het gebied van de geo-informatie bij universiteiten, overheid, diensten en bedrijven (zie Bijlage 1). De Nederlandse vertegenwoordigers in EuroSDR (European Spatial Data Research) zijn lid van de Subcommissie.

De Subcommissie heeft in het verslagjaar vergaderd op 16 maart en 5 oktober. Tijdens de vergaderingen zijn twee presentaties gehouden en naar aanleiding van het onderzoeksplan van de Subcommissie is vanuit de Subcommissie een onderzoek opgestart op het gebied van 3D-geo-informatievoorziening. Van de in 2009 gehouden studiedag 'Management of massive point cloud data: wet and dry', is de publicatie Management of massive point cloud data: wet and dry (Editors: P.J.M. van Oosterom, M.G. Vosselman, Th.A.G.P. van Dijk, M. Uitentuis) verschenen in de Groene reeks van de NCG. De publicatie bevat de uitgeschreven presentaties van de studiedag. 3D-data-inwinning en automatisch genereren van 3D-geo-informatie Prof.dr.ir. M.G. Vosselman heeft in de vergadering van 16 maart een presentatie gehouden over 3D-data-inwinning en het automatisch genereren van 3D-geo-informatie. Getoond zijn onder andere verschillende sensoren en platforms voor 3D-data-inwinning, 3D-modellering van gebouwen, detectie, modellering en textuur van gevels. Geconcludeerd is dat vlakken goed kunnen worden herkend in puntwolken van laserscanners. Kennismodellering is nodig voor betere reconstructieresultaten, net als bij beeldherkenning. Puntwolken kunnen een waardevolle databron voor karteringsprojecten worden. Selectie van de beste textuur blijft arbeidsintensief. Methoden voor integrale verwerking van puntwolken en foto's ontbreken nog in fotogrammetrische workstations.


Onderzoek GIS-technologie en de netwerkmaatschappij

Prof.dr.ir. P.J.M. van Oosterom (TU Delft) gaf in de vergadering van 5 oktober de presentatie 'GIS technology research, geoserving the networked society'. De missie, het onderzoek, de internationale activiteiten en de publicaties van de sectie GIS-technologie (TU Delft–OTB) zijn getoond en besproken. Er is tot nu toe veel gewerkt aan 3D-ruimte, schaal en tijd apart in 3D-modellering. Er wordt nu gewerkt aan een integratie hiervan in een volledige 5D. Hiervoor zijn diverse mathematische theorieën voor n-dimensionale modellering beschikbaar. Voor de realisering is gekozen voor een stapsgewijze benadering.


3D Pilot

De Subcommissie is mede-initiatiefnemer van een nationale pilot over 3D-geo-informatie. Het doel van de 3D Pilot is om met een integrale aanpak van inwinning tot toepassing aan het werk te gaan met 3D-geo-informatie en om al doende op basis van praktijkervaring inzicht te krijgen in de mogelijkheden en wensen. De verkregen inzichten kunnen vervolgens leiden tot algemene afspraken en uiteindelijk tot standaarden rond een 3D-geo-informatievoorziening in Nederland. Hierdoor moet het mogelijk worden 3D-informatie makkelijker te genereren en uit te wisselen en daardoor breder toegankelijk te maken. Het project wordt financieel ondersteund door het Kadaster, Geonovum, het ministerie van VROM – sinds oktober 2010 het ministerie van Infrastructuur en Milieu – en de NCG. Sinds mei 2010 werken ruim tachtig wetenschappers en technici van universiteiten, onderzoeksinstellingen, overheidsdiensten en het bedrijfsleven samen in het project, waarvan de afronding in het voorjaar van 2011 gepland is.